Groot en klein leed

Door Hans van der Kamp

Het past misschien niet zo op een site als deze om een moment stil te staan bij de pandemie die nu om zich heen woekert. Deze site komt voort uit een tentoonstelling met de titel GENDER! en die tentoonstelling is nu voor de derde keer verlengd en hangt in een immens gebouw waar niemand komt. In gedachten noem ik de foto’s die daar hangen ‘mijn meisjes’.

Even los van het geslacht en los van het feit dat ik niet veel meer heb met mijn modellen dan dat ik hun fotograaf ben, zijn ze me dierbaar. Ik luister naar hun verhalen, ik vertel de mijne, ik vind sommigen van hen aardig en andere weer wat minder aardig, maar ik heb vooral bewondering voor hen.

Het is de bewondering die zorgt voor de inspiratie. Al haat ik dat woord inspiratie. Liever formuleer ik het anders. Ik kijk veel. Dat deed ik al als kind, intensiever misschien dan andere kinderen en opeens zie ik dan iemand die krachtiger mijn blikveld binnenkomt dan andere mensen en die persoon wil ik dan fotograferen.

Op de middelbare school spijbelde ik veel en dan zat ik op een bankje voor het raam in café Syb’s waar ik een tosti en een kop thee kreeg in ruil voor wat heen en weer lopen met een veger. Af en toe maakte ik de koffiemachine schoon. De rest van de dag zat ik op dat bankje dat uitkeek op een nauwe steeg waar veel mensen voorbij kwamen. De barkeeper maakte zich soms zorgen om me, omdat ik rustig vier uur achtereen roerloos op dat bankje zat. ‘Gaat het wel met je?’ vroeg hij dan.

‘Ja, natuurlijk. Ik kijk.’

Veel later in mijn leven was ik een tijdje hoofdredacteur van twee tijdschriften, die toen ‘blootbladen’ heetten. Beide bladen (Playgirl en High Society) hadden zo’n zes modellen per nummer en de fotografie was niet door mij of een andere Nederlandse fotograaf gemaakt. Die foto’s werden gewoon aangeleverd vanuit de hoofdvestiging in New York. Toch sprak ik ook toen al over ‘mijn meisjes’ en dan had ik het niet alleen over de modellen van de High Society. Ook de mannen die in de Playgirl stonden, waren ‘mijn meisjes’.

Nu maak ik me zorgen over mijn meisjes. Drag queens worden bijna standaard onderbetaald of in het geheel niet betaald voor hun optredens en met het uitvallen van alle evenementen, zie ik op Facebook pruiken en hele outfits die in de uitverkoop gegooid worden en ja, dan maak ik mij zorgen.

Natuurlijk is dat het kleine leed waar veel andere mensen ook last van hebben, maar het grote leed is zo moeilijk te bevatten. Op social media doen artsen via video’s verslag vanuit de ergst getroffen gebieden. Ik zag een Spaanse arts huilend vertellen dat hij een beademingsapparaat bij een zestigjarige man weg had moeten halen om een gezonde dertiger te redden.

De logica ontgaat mij dan even geheel. Die zestiger kan het overleven en nog jaren plezier hebben van zijn kleinkinderen en die dertiger gaat misschien volgend jaar een wolkenkrabber vanaf de buitenkant beklimmen om de ultieme selfie te maken en valt daarbij dan te pletter.

Natuurlijk snap ik statistieken wel. Die dertiger heeft statistisch meer levensjaren voor de boeg, waarin hij belasting kan betalen, de oceaan kan vervuilen met lege waterflesjes, etc. etc. Maar als we iets zouden moeten leren van dit soort op statistiek gebaseerde beslissingen, dan zou dat moeten zijn dat we niet alleen de buikriem moeten aanhalen om te zorgen dat de economie voldoende buffer heeft, maar misschien moeten we ook niet te veel bezuinigen op ons zorgsysteem zoals het laatste decennium wel is gebeurd.

We kennen allemaal de beelden van gruwelijke films over de Holocaust waarbij Nazi’s een nieuwe wagonlading met mensen opsplitsten in links en rechts. De mensen die naar links gingen werden vergast en de mensen die naar rechts gingen, werden aan het werk gezet met een geringe kans van overleven.

De schrijver Martin Amis heeft ooit eens gesteld dat de Holocaust nooit had kunnen plaatsvinden zonder de hulp van artsen. Het waren immers vaak artsen die vrijwillig dat werk deden in de kampen.

Nu worden artsen gedwongen om iets vergelijkbaars te doen in opdracht van… Ja, in opdracht van wie eigenlijk? Dat is me niet helemaal duidelijk geworden. Het antwoord zal wel weer ‘beleid’ zijn en als je dan vraagt wiens beleid dat is, dan wordt er met een vinger naar boven gewezen en dan weet je nog niets.

U ziet het. Ik maak me niet alleen zorgen om mijn meisjes, maar ook om mezelf als 64-jarige man met slechte longen. En ik ben regelmatig bang. Bang om in een ziekenhuis te belanden waar dat soort huilende artsen hun morbide keuzes maken.  Die angst, ook dat is trouwens klein leed.

Geef een reactie