Poseren

Door Hans van der Kamp

Misschien wordt het beeld dat mensen hebben van gefotografeerd worden in een fotostudio door een man, die geen groot uithangbord aan de gevel heeft hangen, of over een etalage beschikt met portretten en pasfoto’s, nog wel het meest bepaald door beelden uit films waarin studiofotografen meestal neergezet worden als mensen met een overontwikkeld libido, als ze zich niet al schuldig maken aan het produceren van kinderporno. Of zoals in detectives vaak gebeurt, de laatste persoon zijn die het vermoorde model hebben gezien. Dat maakt het werk van een studiofotograaf niet gemakkelijker. Soms zijn de mensen die ik fotografeer nog banger voor mij dan ze voor de tandarts zouden zijn. [tekst loopt door onder de foto]

Zo is er dus altijd een moment van immense spanning wanneer iemand voor het eerst binnenkomt. Vaak nemen modellen een zwaargebouwd of atletisch type mee die mij dan wel even zal corrigeren als ik mij aan voornoemd gedrag schuldig maak. Ik ben dan vaak net zo bang als het model. 

Ik sta daar dan – soms in mijn eentje – met een vermogen aan apparatuur om me heen tegenover twee mensen die mij niet vertrouwen en ook niet begrijpen dat ik in principe kwetsbaarder ben dan zij, want de meegebrachte kleerkast kan zo met een camera van vijfduizend Euro de deur uitlopen en dan ga ik echt niet op de vuist om mijn apparatuur te verdedigen. 

Gelukkig is het slechts eenmaal in mijn leven gebeurd, maar die angst is er toch altijd wel een beetje, vandaar dat ik de laatste jaren ook steevast zorg dat mijn partner aanwezig is, zodat ik in ieder geval een getuige heb als er iets misgaat. Vooral sinds #metoo is dat belangrijk. Een model met achterdocht, opgebouwd bij amateurfotografen – en daar zijn er nogal wat van – kan zo maar beweren dat je regisseerwerk grensoverschrijdend is en dan gaat je in veertig jaar braaf opgebouwde professionele reputatie in rook op.

Social distancing was voor mij, al lang voor Corona, zo’n beetje de standaard in de studio. 

Met Drags speelt dat niet. Met heterotravestieten iets meer en bij transgenders is het vaak ook op eieren lopen.

De spanning aan het begin van een fotosessie levert vaak de slechtste foto’s op, al verandert dat snel wanneer mensen eenmaal gewend zijn aan de flitsers en de omgeving vol apparatuur. Toch kan uit die spanning aan het begin van een fotosessie ook iets heel moois voortkomen.

Onzekere Drag Queens vallen verbaal al aan, voordat je ook maar de kans hebt gehad goedemiddag te zeggen en iets te drinken aan te bieden. Dat kan varieren van ‘Is dit alles?’ terwijl ze met een blik van minachting om zich heen kijken tot en met nare opmerkingen over mijn gewicht of andere uiterlijkheden. De laatste tijd zijn ook valse opmerkingen over mijn leeftijd vrij populair.

Gelukkig kan ik zelf ook heel vals uit de hoek komen, dus dat komt allemaal heel snel goed. Een enkel keer niet. Dat was het geval bij bovenstaande foto. De eerste valse wimper zat nog niet goed vast of ik had al een half synomienboek aan narigheden naar mijn hoofd geslingerd gekregen, waaronder de opmerking dat ik een rot gebit had.

Dat ging mijn grens over, dus ik schreeuwde haar toe dat ze even op de kruk moest gaan zitten, dan zou ik wel even laten zien hoe een echte rotkop er uitzag. En verdomd, ze ging zitten en ik maakte een foto die zo ontzettend veel meer vertelde dan wij er samen in hadden gebracht.

Het werd het begin van een mooie samenwerking. 

In mijn ergernis aan het begin van de fotosessie had ik haar vanwege haar kale hoofd en Belgische nationaliteit ‘Schanulleke’ gedoopt, naar de pop van stripfigueren Suske en Wiske die kaal was op een paar haren na, in plaats van haar aan te spreken met Meesteres Zohra, zoals ze zich had voorgesteld.

Voor mij heet ze nog steeds Schanulleke, alleen is het nu een koosnaampje geworden.